Bad neighborhood 

De dood van Chester Bennington is verbijsterend. Een succesvolle jongeman met miljoenen fans, die niet heeft kunnen winnen van zijn depressie. De jongen, die naar de buitenwereld open en bloot sprak over de “bad neighborhood” tussen zijn oren. 

Het filmpje wat op fb rondgaat, is de perfecte schreeuw om hulp van een depressieve jongeman. De reacties op deze video laten pijnlijk zien wat voor enorm taboe er rust op depressies en zelfmoord. Zo lees ik keer op keer dat hij zijn grote jongensboek had moeten dragen. Mannen horen zich niet zo zwak te laten zien. Hoe kan een succesvolle artiest zo depressief zijn, terwijl hij miljoenen op zijn bankrekening heeft staan.

Willen jullie een antwoord op deze vraag? Dit is omdat een depressie een mentale ziekte is. Het heeft niets maar dan ook niets met je leefomgeving, carrière, vrienden of wat dan ook te maken. Natuurlijk, een moeilijke fase zal een depressie doen versterken. Maar over het algemeen heeft je leefomgeving geen invloed op je mentale ziekte. Je zegt toch ook niet tegen een artiest met kanker dat diegene zich niet moet aanstellen omdat hij/zij miljardair is? 

Een depressie is zo veel meer dan een somber gevoel. Een depressie overheerst. Zo heb je namelijk verschillende stoornissen en is geen enkele depressie het zelfde. Er zijn depressies die over gaan, maar ook depressies die er voor altijd zullen zijn. 

Ja, over het algemeen ben ik gelukkig. Maar, zoals Chester het fantastisch beschrijft.. ik moet niet alleen zijn met mijn eigen gedachten. Zolang ik bezig ben voor anderen, geniet met familie/vrienden dan is er niets aan de hand. Maar help me op het moment dat ik alleen ben met mezelf. Want daar gaat het mis. Je maakt jezelf gek, bent hiervan bewust. Het zelfbewust zijn en toch destructieve gedrag samen is zoals je al kan raden een verschrikkelijke combinatie. Want hoeveel complimenten iemand met een depressieve stoornis ook mag ontvangen, we zijn onze eigen vijand. Al het nare wat iemand achter mijn rug om zou kunnen zeggen, heb ik al lang tegen mijzelf gezegd. Vandaar dat het ook niet schokerend is, maar een bevestiging van een onzekerheid die niet af te leren is. 

Ik hoop, dat ondanks het grote verdriet wat de zelfdoding van Chester met zich mee brengt hier positiviteit uit gehaald kan worden. Verbreek die domme taboes. Niet iedereen heeft een gezond stel hersens. Wees wat aardiger voor elkaar. Houd er rekening mee dat je collega, buurvrouw, vriend, oom, oma of wie dan ook al jaren lang gebukt kan gaan onder een depressie. En dat zonder dat jij hier enige erg in hebt gehad. 

Video met een duidlelijke schreeuw om hulp en fantastische beschrijving over het leven met een depressie zie je hier. 

Advertenties

Kunt u mij misschien helpen?

Het is nu twee weken geleden sinds ik naar het congres over palliatieve zorg ben geweest. De informatie die deze dag binnen is gekomen, is voor zo ver als het kan geland. Dit heeft even mogen duren, maar het was dan ook zo veel. Van nieuwe inzichten, naar nieuwe werkmethodes. Alles kwam tevoorschijn. Het was zo veel, dat ik de volgende dag dacht dat ik alles alweer vergeten was. Maar, nu kwam ik er gisteren achter tijdens mijn dienst, dat de informatie dusdanig binnen is gekomen.

Het is aan het einde van de middag als ik bij haar binnen loop voor haar medicatie. Zoals ik altijd binnen kom, wandel ik nu ook jubelend het appartement binnen. “goedemiddag! Ik kom even langs voor uw medicijnen!” Ze zit bij het raam en terwijl ze naar de regendruppels op het raam kijkt hoor ik haar mompelen. “laat die tabletten maar zitten. het hoeft niet meer.” Ze is bekend met deze depressieve dagen, dus ik besluit haar gedrag te pijlen. Ik loop naar haar toe, leg mijn hand op haar schouder. “sorry, ik hoorde u niet. wat zei u?” Ze kijkt me aan, maar draait haar hoofd weer snel naar het raam. “nee, niets hoor. ik mompel in mijzelf zuster.  ik heb een depri dag. laat me maar met rust.”

Ik bied haar nog wat dingen aan, probeer een gesprek aan te knopen maar het mag niet baten. Ze heeft er geen zin in. Alleen achter het raam, regendruppels bekijken. Als ik stilsta bij haar geschiedenis begrijp ik heel goed dat ze dagen heeft waarop ze er geen zin meer in heeft. Nu, na alle lezingen van het congres lijkt het wel alsof ik nog eerder signalen zie. Alsof de uitspraken van mensen zoals haar nu pas echt goed binnen komen en verwerkt worden. Maar hoe begin ik nou HET gesprek? doe ik dit zelf, of samen met de collega die bij me was tijdens het congres. Het is namelijk niet een gesprekje over het mooie weer. Het is een taboe voor deze generatie mensen. Moe zijn van het leven, niet meer verder in eenzaamheid willen leven.

Het taboe in de leeftijdscategorie waarin ik werk rondom euthanasie is op sommige dagen duidelijk voelbaar. Ouderen die strijden met pijn en depressies omdat ze hun kinderen niet in de steek kunnen laten. Dezelfde ouderen die, wanneer de kinderen naar huis zijn aan ons vertellen dat het ze sloopt om zo lang bezoek te hebben. Een moe, geleefd leven. Een leven van hard werken, opvoeden en meer. Tot welke leeftijd gaan we wachten? Wanneer is het genoeg? in het boek Voltooid Leven, geschreven door Els van Wijngaarden wordt het duidelijk hoe een groot deel van de ouderen denkt over hun laatste levensfase.

Aan de zijlijn levende mensen, een last voor kinderen en verpleging. Wanneer is een leven voltooid? Wanner mag iemand zeggen, dat hij/zij er genoeg van heeft gehad. Het onderwerp word de laatste tijd veelvoudig besproken in de politiek en tijdens avond programma’s. Maar helpt dit onze ouderen ook met het gevoel? Het gevoel waarmee ze opstaan en ook weer mee naar bed gaan? Het houd me ontzettend bezig. Helemaal na het lezen van het volgende stuk uit het boek Voltooid Leven.

Ik vraag haar wat er op zo’n moment door haar heen gaat. Weer is het even stil. Dan kijkt ze me aan en vraagt: ‘ moet ik het eerlijk zeggen? ik zou wel zelfmoord willen plegen, maar ik weet niet hoe. Ik zou het heel graag willen doen, om ervan af te zijn.’ Nog een stilte, en dan stel ze me die vraag die me bij de keel grijpt: ‘ kunt u mij misschien helpen?’

– Voltooid leven, Els van Wijngaarden bladzijde 112.

Dit stukje las Els voor tijdens het congres. Dit was het stuk van de gehele dag luisteren wat mij zelf bij de keel greep. Het moment waarop ik dacht, hoeveel van mijn eigen zorgvragers zullen worstelen met deze gedachte? We denken met z’n allen dat we taboes hebben doorbroken, maar na het lezen van een boek als dit, luisteren naar hoogleraren en sprekers uit het vak, blijkt helaas dat we er nog lang niet zijn.

Palliatieve zorg

Palliatieve sedatie, het fascineerd me ontzettend. Toch is palliatieve zorg enorm zwaar. Mijn “zwakte” in het verzorgen van mensen, is dat ik mijn hart en ziel aan onze zorgvragers geef. Dit heeft iets moois, maar maakt het op sommige dagen ongelofelijk zwaar.

Daar sta ik dan afgelopen vrijdag. Aan het voeteinde van een stervende vrouw. De schat, ze was er zo aan toe. Maar ook zo ontzettend bang voor de dood. Donderdag ochtend verzorg ik haar samen met een collega. “Ik kan niet meer, laat me toch gaan” mopelt ze half in slaap. Ik kijk mijn collega aan, dit kan niet meer. Het is nog vroeg, dus ik besluit eerst contact te zoeken met de arts. Aan de assistent leg ik uit in welk dilemma ik mij bevind. De lieve vrouw is op, wat is nu de juiste weg om te bewandelen? Voorzichtig stel ik voor om haar morfine via een pomp toe te dienen, ze kan de pijn echt niet meer verdragen. Vanuit daar kom ik samen met de assistent bij palliatieve sedatie. Ze zal het voorleggen aan de arts, deze komt zodra ze kan. 

Dan het moeilijkste deel. Ik moet haar dochter bellen. Schoorvoetend begin ik mijn gesprek. Jeetje, dit gaat echt nooit makkelijker worden volgens mij.. tot mijn verbazing is de dochter het volkomen met mij eens nadat ik haar uitleg hoe hard haar moeder achteruit gaat. Ze belooft me zo snel mogelijk te komen. Niet veel later zit ik met haar aan tafel. Ook aan haar vertel ik mijn kijk op de “toekomst”.

Midden in ons gesprek komt de arts binnen, ook zij sluit zich aan bij mijn voorstel. Laten we eens beginnen met morfine, sederen kan altijd nog. Als ze de volgende dag nog niet “comfortabel” is zoals wij dat noemen, besluiten we samen met de dochter om haar alsnog te sederen. 

Voor de duidelijkheid, hierdoor komt iemand niet te overlijden. Wat is palliatieve sedatie?

Terwijl mijn collega de opstart dosis klaar maakt, (dit omdat ik het zelf allemaal even niet aan kan) hoor ik de dochter afscheid nemen. Huilend aan het bed, haar moeder toe te spreken. Het raakt me zo ontzettend.. dan vanuit de slaapkamer een gebroken stem “kom maar hoor” samen en geëmotioneerd lopen mijn collega en ik naar binnen. 

Ik blijf versteend staan aan het voeteneinde. Dit is voor mij de eerste keer dat ik deze beslissing heb gemaakt. Alleen heb gemaakt. Vanaf nu voel ik mijn “leerlingen veiligheid” van me af glijden. Hoe ik eerder dit soort ideeën  voorzichtig ter sprake bracht bij een collega, heb ik dit zelf opgepakt. Wat een verandering. Wat heftig. Het wordt me teveel en omdat ik met mijn emoties op dit moment de dochter niet wil storen sluip ik de kamer uit. Op de gang barst ik keihard in huilen uit. 

Jeetje Gentry, een beetje zelfcontrole is hier wel op z’n plek! 

Toevallig loopt het meisje met de broodkar net langs me heen. Gaat het wel?? Ik steek, ongelofelijk koel alleen mijn duim in de lucht en loop naar een hoekje om verder te huilen. Bel met mijn lieve vriendin die me weer wat kalmeert. Op de gang hoor ik mijn naam, m’n collega had in de gaten waarom ik me terug trok. Ik verman mezelf, loop met dikke rode ogen terug naar de kamer. De dochter kijkt me aan en zegt, meisje! Je hoeft niet weg te lopen hoor! En geeft me een knuffel. Sjonge jonge Gentry, daar gaaaan we weer. We lachen samen omdat ik zo emotioneel ben. De hele dag hou ik er nog last van. In de avond krijg ik een appje. “Mevrouw is zojuist gestorven”

Gelukkig. Geen lange lijdensweg. Ze kan nu fijn naar haar man, die ze zo ontzettend miste. Bij mij keert de rust ook weer terug. Het is ontzettend waardevol om deze zorg te mogen bieden. En dat huilen? Ach ja. zo heeft iedere afdeling een huilebalk nodig. Ik ken er nog wel een paar!  Het maakt mij toch de verzorgende die ik wil zijn. Toch is het een leermoment die ik mee zal nemen naar het congres waar ik naar toe ga volgende maand. Toevallig, met diezelfde collega. Wat fijn! 

Blog 2/7

Nu is de dag al bijna voorbij en nog staat er geen blog online. De tijd was er geweest vandaag, als ik deze tijd ook echt had gemaakt. Ik heb wel tijd gemaakt voor van alles en nog wat, wat nog moest gebeuren. En nu, om toch aan mijn eigen afspraak te voldoen maak ik tijd voor een blog. Want, een afspraak met jezelf maken en daar de tweede dag al niet aan voldoen is voor mij echt not done. 

Vanmiddag kreeg ik een onverwacht maar ontzettend leuk mailtje. Nursing had een poos geleden een oproep op Facebook, naar mensen in de zorg die graag over hun vak praten. Omdat ik dat graag doe en er ook geregeld wat over schrijf, reageerde ik met de link naar mijn blog. 

Ik was het inmiddels al weer vergeten, totdat er vanmiddag een mail binnen kwam. Dat het ze interssant lijkt om mij te interviewen (mij!!) en of ik het goed zou vinden als mijn blog over Plascontracten ook op hun website gedeeld zou mogen worden. (Uh ja, Tuurlijk!!) in de mail werd ook aangegeven dat ik gefotografeerd zou worden, het liefst met een zorgvrager. (Wauw!!) wat een ontzettend leuke email, die ik beschouw als een mogelijkheid om een positieve stem te geven aan de zorg. 

De zorg die mij zo aan het hart gaat en waar ik 24/7 mee bezig ben. Nu kan ik openlijk delen waarom ik er zo gek op ben. En nog sterker, sommige wild west verhalen de das om doen. Want zo slecht is de zorg nog niet hoor! Ideaal? Zeer zeker niet. Maar zo slecht ook nog niet! Als alles gaat volgens plan, zou ik in de editie van maart met het interview moeten staan. Wat spannend! 

Wordt vervolgd!! 

Dag van de mensenrechten. 

Vandaag is de dag van de mensenrechten. Een dag om eens na te denken over deze term. Mensenrechten. Wij hebben allemaal rechten. Worden deze echter ook behaald? Ondanks dat de situatie in westerse landen niet vergelijkbaar is met schrijnende situaties die wij weg stoppen in de “ver van mijn bed” doos, zijn er ook hier veel dichter bij ons bed toch heel wat dingen mis. 

We leven inmiddels in een maatschappij waar protocollen en wetgevingen (die ons juist zouden moeten beschermen) in de weg zijn gaan staan. Waar blijven je rechten als je zelf niet meer wilsbekwaam bent? Hoe kan het dat familie beslist over jou welzijn, zonder enige vorm van medische kennis? Zouden hier dan niet nieuwe regels bij moeten komen? Want ondanks dat jij op papier zet niet te willen leven als kastplantje, wanneer de familie geen afstand van jou wil doen, blijf jij dus wel liggen als een kastplantje. Waar zijn de rechten dan gebleven? 

Het moment wanneer iemand over een familielid gaat beslissen, kan dat zonder kennis van medische situatie. Deze beslissingen worden gemaakt op gevoel. Meestal zijn deze met de aller beste intenties. Echter zijn ze ook vaak onrealistisch. Natuurlijk wil niemand een familielid kwijtraken, in een verpleeghuis achterlaten. Toch is het meestal wel beter. 

Maar omdat het geweten en de liefde de logische beredenering in de weg staan, komt hulp vaak te laat. Zie dit ook met dieren. Baasjes houden hun huisdier tot in den treure in leven met operaties en medicatie. In de natuur was het huisdier meestal al jaren geleden heen gegaan. Zo gaat dit ook vaak met zieke mensen. 

Mijn beroep bestaat uit het verzorgen van mensen die dit zelf niet meer kunnen. Opkomen voor de verouderde en zieke mensen onder ons. Toch staan tientallen regeltjes op mijn pad. Ik en mijn collega’s wringen ons door stapels protocollen en proberen iedereen tevreden te houden. Waar blijven de mensen rechten in dit verhaal? Wanneer mag een specialist de beslissing van een familielid negeren, ondanks dat deze families het zo goed bedoelen? Het is een ethisch dilemma die me nu al een poosje bezig houdt. 

In iedergeval moet iedereen in de zorg niet vergeten, dat wij in eerste instantie ons beroep hebben gekozen voor de mens en niet voor de families van de ‘zieke’ mens. Om zo goed mogelijke zorg te bieden en iedereen een waardig einde van het leven aan zullen bieden. 

In de eed die bij de diplomering afgelegd wordt door verzorgenden staan meerdere beloftes. de volgende is voor mij erg belangrijk. 

Dat ik zorgvragers goed zal verzorgen, hun lijden zal verlichten en hen zal helpen de best mogelijke kwaliteit van leven te realiseren.

Dat beloof ik

Plascontracten. 

“Zuster, wil je me naar het toilet helpen?”

Dit vraagt ze om de 20 – 30 minuten. Het resultaat is minimaal. De angst om incontinent te zijn is zo groot, dat ze het liefst op het toilet blijft zitten. “Ik ben zo bang dat ik stink zuster.” Zelf heeft ze een verzoek gedaan om een katheter te krijgen. De arts wil hier niets van weten. Een katheter is namelijk niet een middel voor “gemak” maar alleen medische noodzaak. (Bijdeze ook meteen de argumenten van de fb schreeuwers van tafel) 

Zij is niet de enige, toiletbezoekjes zijn op 4 handen niet te tellen per dag. Laatst plaste ik zelf bijna in mijn broek. Alleen op de afdeling, 3 mensen hadden hulp nodig bij de toiletgang. Ik weet het, hulp vragen. Eigen blaas ook legen. Jaja, allemaal mooi bedacht, maar ik ben niet zo. Zorgvragers eerst. Daarna ik. Ook iets waar de schreeuwers op het internet zich druk om maken. Waar wij het lef vandaan halen om iemand na onze koffie pauze te helpen. Sorry. Ook wij moeten drinken. 

Kun je voorstellen dat de commotie rondom de plascontracten mij enorm pijn doet? Ik ben een persoon wat van haar passie haar beroep heeft mogen maken en besef mij met dit soort berichten telkens weer hoe ons beroep ondergewaardeerd is. Wij zijn als verzorging de gene die alle shit over ons heen krijgen. De arts maakt een beslissing, wij leggen deze uit aan familie. Don’t shoot the messenger is dagelijks te gebruiken. Hoeveel ontevreden geschreeuw wij per maand verdragen is niet uit te leggen. En we blijven vriendelijk lachen en ons in alle bochten te wringen om te voldoen aan alle verzoeken. 

Ook ik heb wel eens iemand een toilet bezoek geweigerd. Omdat ik lui ben zegt een vreemde van de zorg daarop. Daadwerkelijke reden: zorgvrager wil om de minuut naar het toilet en probeert dit met ongewenst gedrag voor elkaar te krijgen. Vergevorderde dementie, veel agressie en geschreeuw. Onze oplossing?

Een A4tje op de muur met grote letters. 

U kunt naar het toilet om:

8:00 10:00 12:00 14:00 16:00 18:00 20:00 

Dit is niet uit luiheid. Dit is niet om te pesten. Dit is niet omdat ik haar een inco aan wil doen. Deze regel werd gecreëerd om in haar hoofd en op de afdeling rust te creëeren. Wanneer het nodig was ging zij uiteraard extra naar het toilet. 

Het doet zeer om de reacties te lezen onder de Facebook berichten. Het stoort me hoe mensen zonder enige kennis ons lui en slecht noemen. Wij werken in de zorg, om te zorgen. Niet om te zitten. Voordat er geoordeeld wordt over de zorg, praat eens echt met een verzorgende. Vraag eens waarom iets in een zorgplan gezet wordt. Vraag eens door. 

Wij zijn in de zorg ook maar mensen. Werken met de middelen die je hebt, kilometers lopen per dag terwijl je zelf ook moet plassen. Wanneer de meesten van de Facebook schreeuwers met de feestdagen op de bank hangen, lopen wij door de gangen om iedereen op het toilet te helpen. Ik weet het wel, ik moet me niet zo opwinden over dit soort onderwerpen. Maar als iemand die knetter gek is op haar vak, voelt het als een persoonlijke aanval. Ik zie al mijn collega’s ploeteren terwijl er personeel te kort is. En dit moeten wij dan op onze vrije uren terug lezen? Al het geschreeuw om plassen. In plaats van een bedankje, worden mensen in de zorg steeds maar weer slecht neergezet. 

Graag gedaan hoor!